KBS wil genderkloof in onderwijs verkleinen
Nieuwe studie schetst hefbomen voor schoolsucces voor iedereen

Een nieuwe studie van de Koning Boudewijnstichting, uitgevoerd door onderzoekers van vzw Sophia en IHECS/ULB, toont dat verschillen tussen meisjes en jongens in het onderwijs geen vaststaand gegeven zijn. Kinderen starten met vergelijkbare vaardigheden, maar gaandeweg ontstaan verschillen door sociale, culturele en institutionele factoren. Opvoeding, verwachtingen van ouders en leerkrachten, genderstereotypen, beoordelingsbias en de invloed van leeftijdsgenoten spelen een sleutelrol.
Tijdens de adolescentie ervaren sommige jongens druk om te beantwoorden aan een norm van ‘coole mannelijkheid’, waarbij inzet voor school minder wordt gewaardeerd. Tegelijk benadrukt de studie dat gender nooit de enige verklarende factor is: vooral jongens uit sociaaleconomisch kwetsbare gezinnen lopen meer risico op schoolachterstand en uitval, doordat verschillende vormen van ongelijkheid elkaar versterken.
Belgische cijfers op een rij
- Zestig procent van de jongeren die het secundair onderwijs zonder diploma verlaten is jongen. In 2025 bedroeg dit 60,3% in Vlaanderen en 60,2% in de Federatie Wallonië-Brussel.
- PISA 2025: jongens scoren gemiddeld 16 punten hoger voor wiskunde; meisjes scoren gemiddeld 33 punten hoger voor lezen. De kloof nam toe sinds 2022 (wiskunde: van 8 naar 16 punten; lezen: van 28 naar 33 punten).
- Hoger onderwijs: 56,9% van de vrouwen tussen 25 en 34 jaar behaalde een diploma hoger onderwijs, tegenover 44,4% van de mannen (2024).
Gedeelde mechanismen, andere trajecten
Gemiddeld behalen meisjes betere schoolresultaten en stromen ze vaker door naar het hoger onderwijs, maar ze blijven ondervertegenwoordigd in wetenschappelijke en technische opleidingen. Zij kiezen vaker voor richtingen die leiden naar onderwijs, zorg en hulpverlening, wat zich vertaalt in blijvende verschillen op de arbeidsmarkt. Jongens ervaren vaker moeilijkheden tijdens hun schoolloopbaan, maar zijn sterker vertegenwoordigd in STEM-richtingen met doorgaans betere loopbaan- en inkomensperspectieven.
De studie stelt dat deze uitdagingen niet tegenover elkaar mogen worden uitgespeeld. Ze komen deels voort uit dezelfde onderliggende mechanismen: stereotypen, sociale normen en uiteenlopende verwachtingen die zowel leerhoudingen als studiekeuzes en latere beroepskeuzes beïnvloeden.
Zeven hefbomen voor verandering
- Vroeg handelen, vanaf de eerste kinderjaren
- Vooroordelen en ongelijke verwachtingen op school verminderen
- De relatie van jongeren met school versterken in de adolescentie
- Welbevinden en betrokkenheid van leerlingen vergroten
- Meer rekening houden met cumulatieve kwetsbaarheden
- Stereotypen doorbreken en studiekeuzes verruimen
- De rol van buitenschoolse activiteiten erkennen en gericht ondersteunen
Brede aanpak blijft nodig
De voorgestelde hefbomen vragen een samenhangende strategie, van de vroege kinderjaren en de klaspraktijk tot het niveau van schoolorganisatie en onderwijsbeleid. Bijzondere aandacht is nodig voor leerlingen die met meerdere vormen van kwetsbaarheid tegelijk te maken hebben. De kernboodschap: de kloof tussen meisjes en jongens ontstaat geleidelijk door beïnvloedbare mechanismen en kan dus worden verkleind. Door praktijken, sociale dynamieken en beleid hierop af te stemmen, versterkt het schoolsucces van alle leerlingen.